Herfst-bladen

BP140 prod LR 54In de geschiedenis van de prentkunst hebben de vier seizoenen van het jaar van oudsher een rol gespeeld. Al vroeg in de zeventiende eeuw verschenen er series prenten van lente, zomer, herfst en winter waarop zoveel mogelijk activiteiten en zaken zijn afgebeeld die bij het betreffende seizoen passen.

Niet zozeer bedoeld als realistische afbeeldingen, maar meer als allegorische voorstellingen die iets om over na te denken gaven. De moderne mens denkt nog wel na, maar dat type prent is uitgestorven. Wel inspireerden de seizoenen vele kunstenaars tot fraaie grafische herfst-bladen, waarvan er hier een aantal aan de orde komt.

Door A.J. Vervoorn


 

Nevel
Die herfst (de klassieke van 21 september tot 21 december) wordt heel verschillend beleefd: sommige mensen worden droevig of somber als de bladeren vallen en de dagen korten. Voor mij is de herfst het rijkste seizoen met het mooiste licht, de rijkste kleuren en de oogst van heerlijk fruit.
Vergane glorie van bloem en blad is weemoedig en fraai. Gelukkig zijn er meer mensen die van de herfst houden. De dichter Halbo C. Kool (voor wie Hendrik Werkman een ex libris ontwierp), schreef een sonnet ‘Herfst’ dat zo begint: ‘Holland, je najaar is mijn liefste tijd, wanneer de late luchten vroeg gaan hangen en het vaak nevelige uitzicht vangen onder de kap van hun onzekerheid.’ Hij wijst daarmee op een aspect van de herfst dat voor grafici uiterst moeilijk is om weer te geven: de nevelige lucht. Het is het licht dat Bertus Aafjes bij het afscheid nemen van Amsterdam aan het begin van zijn voetreis naar Rome zo mooi vatte in de regel: ‘Herfst maakt oud goud van duizend dingen.’ Met technieken als houtsnede, gravure of ets is die nevelige atmosfeer eigenlijk niet te vangen, omdat daarbij lijnen zo essentieel zijn. De krijtlithografie kan het beste toon en sfeer creëren, maar ook litho’s met nevel of mist zijn zeldzaam. Een geslaagd voorbeeld is de litho van L.Sabatier met figuren door V. Adam uit het midden van de negentiende eeuw. Afgebeeld is de plaats Montereau waar de Seine en de Yonne samenvloeien. Het is een windstille herfstdag: het water spiegelt vlak, de rook gaat recht omhoog uit de schoorstenen en mengt zich met de nevel waarin de contouren van de huizen verloren gaan. De koeien op de voorgrond zijn helder getekend, maar wat er rechts achter de brug ligt is al in de mist verdwenen. De prent is door Lemercier in het meest nevelige grijs gedrukt op chinees papier waardoor de sfeer optimaal tot zijn recht komt. Herfst op zijn best!

BP140 prod LR 53Somberte
Een heel bijzondere prentserie maakte Willem Arondeus (1894-1943) met zijn kalenderbladen voor de Senefelder-kalender van 1930. Nu was Arondeus ook een heel bijzondere kunstenaar die vooral als monumentale schilder, schrijver en – nog meer – verzetsman in de Tweede Wereldoorlog bekend is gebleven. Vlak voor hij in 1943 door de Duitsers werd gefusilleerd, schreef hij een afscheidsbrief, waarin hij vroeg om de nabestaanden toch vooral duidelijk te maken, dat hij nu bewezen had, dat je als kunstenaar én homofiel niet minder flink was. (Zie H. Mulder, Kunst in crisis en bezetting, 1978) De Senefelder-kalender was om te beginnen natuurlijk een visitekaartje voor de Amsterdamse drukkerij die zich naar de uitvinder van de steendruk noemde. Het herfstige oktoberblad is gedrukt in drie kleuren: paars, blauw en goud, en toont het vakmanschap van de drukker: geen egale vlakken maar vooral in de paarse basisvorm een rijke schakering.
Voor Arondeus was de herfst niet het favoriete seizoen, lijkt me. De tekst Najaars Donkere Stem Maant Tot Inkeer duidt al niet echt op genieten, maar meer nog blijkt het uit de voorstelling boven die woorden. Een jonge man met gebogen hoofd wordt door een figuur in wijde blauwe mantel en met een vermanend geheven vinger weggevoerd. Ook de getourmenteerde boom links draagt bij aan de somberte. Maar het is wel een litho die de monumentale reputatie van Arondeus bevestigt, zoals de hele kalender van twaalf bladen.

BP140 prod LR 55
Paddenstoelen

Voor elk kind is de verschijning van paddenstoelen in de herfst een belevenis. Misschien is dat de invloed van Kabouter Pennewip, want het liedje over hem leert een kind meestal nog eerder kennen dan de wit met rode stippen van de vliegenzwam. Voor veel grafici in wie het kind is blijven leven, is de paddenstoel dan ook een dankbaar onderwerp voor een prent geweest. In hoog-, diep- en vlakdruk zijn paddenstoelen vastgelegd, al dan niet zo realistisch of zo symbolisch mogelijk.
Voor de echt natuurgetrouwe afbeelding is kleur van essentieel belang, maar voor een kunstzinnig compositie speelt dat een minder grote rol. Als voorbeeld neem ik hier een ets van de vergeten kunstenares C.G. (Cornel) Kwint (1899-1995) die het vak leerde van Utrechtse grafici als Van Dokkum en Van Leusden. Op de ets Herfst, oplage 75 stuks, staan drie grote paddenstoelen centraal. Op de voorgrond versterken een paar dorre bladeren de herfstige sfeer, ongetwijfeld zijn ze gevallen uit de kale boom rechts. Dat we bij twee van de drie zwammen tegen de onderkant van de hoed kijken is etstechnisch goed gezien. De ets is immers van zichzelf een lineaire techniek en niets zo lineair als de onderkant van een plaatjeszwam en ook de geveerde varenbladen zijn gelijnder dan de andere. De zorgvuldig, haast architectonisch opgebouwde prent krijgt diepte door het landschap dat links wegloopt.

BP140 prod LR 56BP140 prod LR 57Vruchten
De herfst is ook de tijd van oogsten. De mens plukt de appels en de peren, poft de kastanjes en maakt jam van rozenbottels of ander fruit. Dat noemen we het nuttige fruit. Maar voor de plan-ten zelf hebben de vruchten een ander nut: ze dienen de voortplanting en moeten voor de verspreiding vaak de aandacht trekken van dieren. Dat aandacht trekken gebeurt dan bijvoorbeeld door opvallende kleuren of vormen en daar houdt de esthetisch ingestelde mens ook wel van. Mooi gekleurde bessen en bladeren horen vanouds in het herfstboeket en de pompoenen en kalebassen liggen langs alle landwegen te koop.
De sierkalebas heeft mij altijd geboeid door de eindeloze variatie en grilligheid der vormen en kleuren. Ook de kunstenaar Jan Voerman jr. (1890-1976) kende die fascinatie: hij heeft diverse litho’s met kalebassen gemaakt, zowel voor zijn kalenders alsook als vrije prent. Sommige zijn in zwart-wit, maar in kleur is het effect sterker. De kalebas die Voerman op steen tekende voor zijn kalender voor 1931 is van vier stenen gedrukt: zwart, geel, oranje en roze. Met uiterste perfectie is de vrucht getekend en haast driedimensionaal ligt zijn bolling op het papier. Ook het blad en de stengels zijn levensecht aanwezig en juist die grote bladeren zijn in de tuin opvallend bij de kalebas met zijn fabelachtige groeikracht.
Eveneens een bijzondere vrucht zijn de lampionnetjes die met hun oranje kleur in gedroogde vorm de winter overleven in een boeket. De lampionnetjes zijn eigenlijk de verpakking van de vrucht die erin zit. Als we praten over herfstkleuren, dan zijn dit toppers. Alsof er een vuur binnen in ze brandt, lichten ze op en die gloed heeft Voerman op een ander blad voor de kalender van 1931 vastgelegd. Wat is het toch jammer dat de lithografische kalender na Voerman eigenlijk uitgestorven is.

BP140 prod LR 58Vogeltrek
Die op steen getekende kalender is in grofweg de eerste helft van de twintigste eeuw door een flink aantal kunstenaars gemaakt en ongetwijfeld de meest bekende en boeiendste daarvan is Th. van Hoytema (1863-1917). Ontwerpers van een kalender hebben altijd te maken met seizoenen en velen proberen daar in hun tekeningen ook iets van vast te leggen. Bij topografische onderwerpen is dat minder belangrijk, maar voor een natuurmens als Van Hoytema waren de seizoenen essentieel. Hij probeerde steeds op zijn bladen iets bij de maand passends te vinden uit de dierenen plantenwereld. De vogeltrek heeft de mens al eeuwen geboeid en is bij uitstek een herfstonderwerp. Maar voor een kunstenaar ook een lastig onderwerp; er zijn niet veel prenten met dit onderwerp gemaakt. Voor de maand oktober van de kalender voor 1907 koos Van Hoytema toch de vogeltrek, want voor deze tekenaar bestond geen lastig onderwerp als het over vogels ging. Tegen de achtergrond van een grauwe herfstlucht en een duistere bosrand vliegen van rechts vogels het beeld in, op Japanse wijze afgesneden door het kader. Ze hebben haast. Groot in beeld een groep reigers en verder naar achteren wat kleine vogels.
De kalender van Van Hoytema voor 1907 is een bijzondere, omdat er kleine versjes onder het beeld staan wat verder niet voorkomt. ‘De meeste vogels gaan op reis, de blauwe reiger en de sijs.’ In de randversiering zijn de reigers in allerlei karikaturale houdingen terug te vinden. Op en top Van Hoytema! Alleen, laat ik nu altijd gedacht hebben dat reigers bijna niet wegtrekken en hier in strenge winters bij bosjes bevriezen.


Finale
Het zou niet moeilijk zijn om vele andere mooie herfst-bladen te verzamelen: dorre, omgekrulde bladeren, kale bomen, gebogen mensen in een herfststorm, kastanjes, herfsttijlozen, chrysanten en laatste rozen. Dit laat seizoen heeft veel moois te bieden en gelukkig hebben veel grafici dat vastgelegd. Het is dubbel genieten, van de prenten en van de herfst.

Twitter

Social media

twitterFacebook

Contact

Stip Media

Louise de Colignystraat 15 

1814 JA Alkmaar

+3172 531 49 78

info@boekenpost.nl