Met Daumier naar de veiling

prentkunst 003Voor de verzamelaar zijn er vele mogelijkheden om zijn verzameldrang te bevredigen. Hij gaat naar beurzen, struint markten en winkeltjes af en zit tegenwoordig uren achter de computer om diverse sites op vondsten te screenen. Altijd lokt de onverwachte vondst of komt misschien juist dat ene, lang gezochte object in beeld. Van oudsher is voor de liefhebber van boeken en prenten de veiling ook een belangrijke bron geweest voor aankopen.

Gelukkig is ons land altijd ruim bedeeld geweest met veilingen waar bedrukt papier aangeboden wordt en zijn de afstanden nooit onoverkomelijk. Heb medelijden met de provinciale verzamelaar die in een groot land woont waar alleen in de hoofdstad een veiling is! Frankrijk heeft een lange veilingtraditie waarin, zoals ongeveer bij alles in dat land, Parijs de hoofdrol speelt. Geen wonder dus dat ook daarvan beelden zijn vastgelegd op papier. Er is één man die ver boven anderen uitsteekt als het gaat om het weergeven op prenten van het doen en laten van de grotestadsmens: Daumier.

Door A.J. Vervoorn

Honoré Victorien Daumier werd in 1808 te Marseille geboren, maar woonde vanaf 1816 in Parijs. In 1879 overleed hij in Valmondois waar hij sinds 1874 woonde en geen tekeningen meer maakte omdat hij niets meer zag door een oogziekte. Een halve eeuw lang, van 1822 tot 1872, heeft hij getekend, vooral op steen, maar ook op papier als voorbeeld voor houtgraveurs. De grote stad Parijs was zijn habitat en de medemens zijn inspiratiebron. ‘Wie lacht niet die de mens beziet’ lijkt me het motto van Daumier en zijn milde spot met gedrag en uiterlijk van de medemens is na anderhalve eeuw onverminderd boeiend. Op prenten van zichzelf en anderen zien we hem als een vriendelijke man die steevast met een pijp in de mond de wereld bekijkt. Hij zei nooit veel door die pijp, maar dat kwam ook goed uit want hij had last van stotteren.

De veiling
Het grootste deel van zijn werk verscheen in het blad Le Charivari, maar tussen 1860 en 1863 was het contract met dat blad verbroken. Daumier probeerde toen van zijn schilderijen te leven, maar dat viel nogal tegen en hij zocht naar andere bladen die zijn werk wilden publiceren. Zo verschenen er litho’s in Le Boulevard die tot zijn beste werk worden gerekend. Maar ook maakte hij een grote reeks tekeningen voor Le Monde Illustré, die ze als houtgravures publiceerde. Van de originele houtblokken verschenen ook afdrukken in Le Journal Illustré en La Presse Illustrée, alles tussen 1862 en 1869.

De kijkdag
Een van de onderwerpen voor die gravures is de kunstveiling en vooral dan de mensen die erbij betrokken zijn. Ofschoon het genoegen van de veiling eigenlijk al begint met de catalogus en de aantrekkelijkheden die daarin beschreven worden, is de kijkdag het echte begin. Daumier bezocht het beroemde Parijse veilinghuis Drouot en nam nauwkeurig houding en gedrag van de bezoekers waar. Une salle de l’hôtel Drouot, un jour d’exposition heet de gravure door C. Maurand naar Daumiers tekening. We zien de heren (slechts zelden gaat het om dames) elkaar in de weg lopen voor de uitgestalde objecten. Denk de hoge hoeden weg en zulke heren lopen er nog steeds. Op de voorgrond moet iemand door de knieën om een aantrekkelijk schilderij te inspecteren. Links achter hem lijkt iemand een aantekening te maken over het kistje dat hij nogal kritisch beziet. De man achter hem kijkt nieuwsgierig mee; ’je weet maar nooit’, denkt hij. Een andere centrale figuur staat met de handen op de rug en neemt aandachtig een hoger hangend werk in zich op. Het sociale belang van de kijkdag blijkt uit de heren die wat verder naar achteren een gesprekje voeren. Hoe herkenbaar is dit alles nog voor de hedendaagse kijkdagbezoeker!

Nog intensiever wordt er gekeken op een tweede gravure van de kijkdag. Op de prent L’Hôtel des Ventes - L’Amateur, eveneens uit Le Monde Illustré, staan vier liefhebbers een klein schilderij in zware lijst te bespreken. Geen detail blijft onbesproken, want juist voor die details hebben zij een loep meegenomen. De achterste man van het kwartet zou meer aan een verrekijker hebben; hij is wat klein van stuk en heeft moeite om over de anderen heen te kijken. Zijn mond hangt open van de inspanning. In de bijbehorende tekst van Champfleury staat een aardige beschouwing over die loepen van de kenners. ‘Sont-ils assez importants ceux armés de loupes rondes qu’ils s’assujettissent dans l’oeuil comme un horloger étudiant les rouages d’une montre. Ils cherchent la signature; la signature leur suffit et même une initiale double le prix du tableau. Ces amateurs ne s’entendent pas sur la forme de la loupe; les uns tiennent pour la loupe ovale, d’autres pour la carrée. L’homme qui entre dans l’hôtel avec une grande loupe carrée me fait penser à Archimède et à ses miroirs ardents; si le vitrage dépoli du toit n’empêchait pas le soleil de pénétrer, cet amateur avec sa loupe carrée pourrait brûler les patiences de ces Hollandais, qui ont passé des mois à peindre un manche à balai, des années à rendre les poils de la barbe d’un alchimiste ou la trame d’une robe de satin.’ Vooral bij de prentenveiling is de verzamelaar met de loep nog steeds te vinden en uit eigen ervaring weet ik dat het nuttig kan zijn! Zoals Champfleury nog schrijft: ‘Collectionner est une manie qui se change en passion: la passion devient rage. Le collectionneur ne cesse pas plus d’acheter que le fumeur ne renonce à son tabac.’

prentkunst 002De liefhebber
Na de kijkdagen volgen de overdenkingen van de liefhebber: welk lot is echt interessant, wat past in mijn collectie, welke prijslimiet stel ik voor mijzelf vast? In het vuur van de oplopende prijzen, dat de veilingmeester graag mag opstoken, is het van belang om het hoofd koel te houden. De veiling is begonnen en op een volgende gravure, weer door Maurand naar Daumier, zien we een groep heren intensief kijken naar het object dat hen getoond wordt door de veilingknecht die naar het plafond kijkt en het zijne denkt van de hebzucht der heren vóór hem. Centraal bij deze groep Les amateurs de tableaux à l’hôtel Bouillon zit een kenner met lorgnet en zonder hoed; zal hij de koper worden? De anderen wringen zich in bochten om ook een glimp van het schilderij te zien. Op de achtergrond zwaait de veilingmeester met zijn hamer als een dirigent van het koor der artistieke begeerten. Hoe fenomenaal trefzeker wist Daumier de lichaamshoudingen vast te leggen! En hoe fraai zijn de contrasten tussen lichte en donkere partijen in deze rijke houtgravure!

De veilingmeester
De veilingmeester is de man die de hoofdrol speelt. Hij is de spil om wie alles draait en hij torent boven de zaal uit om te zien waar de bieders zitten. De veilingmeester maakt de sfeer door af en toe een klein toespelinkje te maken en hij kan met een licht toneelspel de prijzen laten oplopen. Legendarisch zijn de verhalen over de daarbij gebruikte trucs, zoals ‘het laten opbieden tegen de gordijnen.’ Op de gravure L’Hôtel des Ventes, no 1. - Le Commissaire-Priseur zien we hoe Daumier zo’n voorloper van Jeffrey Bosch kenschetste. Hij torent met superieure blik boven de menigte en houdt vanaf zijn katheder ook de achterste bieders in de gaten. Nauwgezet noteert de klerk naast hem de afgeslagen nummers; de hedendaagse computer was toen nog een ganzenveer! Bij het volk in de zaal lijkt zich links onder zowaar een vrouw te bevinden te midden der nogal louche mannen.
prentkunst 001
De hamer
En dan de hamer. De hamer van de veilingmeester is de toverstaf die papier in goud verandert en waarvan de bewegingen de emoties in de zaal besturen. Ook bij deze gravure schreef Champfleury in Le Monde Illustré een tekst met zinnen die te mooi zijn om er niet een paar van te citeren. ‘Le marteau d’ivoire à manche d’ébène qui ouvre l’enchère, la presse, la ralentit, la force et l’impose, est un précieux talisman que les auteurs dramatiques ont eu tort de négliger jusqu’ici, comme pivot d’une féerie bourgeoise.’ En: ‘Suspendu dans l’air, le marteau a certainement développé plus d’une hypertrophie du coeur chez les natures trop impressionables. Le petit marteau est plein de caprices suivant la main qui le guide. Je frémis en le voyant dirigé par Me. Pillet, qui fait passer tous ses nerfs dans la vente et qui agite si frénétiquement son sceptre qu’on pourrait l’appeler le marteau de Damoclès.’ Deze kleine bloemlezing uit zijn reeks veilingimpressies toont het meesterschap van de gerijpte tekenaar en fijnzinnige waarnemer Daumier. Een verder eigenlijk obscuur gebleven vakman als de houtgraveur Maurand heeft in zijn houtblokken het contrastrijke en levendige van de tekeningen goed weten te behouden. Na anderhalve eeuw zijn de gang van zaken en de gedragingen der veilingdeelnemers nog prima herkenbaar. De kleding is een groter verschil met het heden dan het gedrag der mensen. Internetveilingen mogen dan economisch interessant zijn, een hedendaagse Daumier zullen ze toch niet meer inspireren.

Literatuur
J.R. Kist, Daumier. Verslaggever van zijn tijd, 1832-1872, Utrecht 1971
C. F. Ramus, Daumier. 120 Great Lithographs, New York (Dover) 1978-

Twitter

Social media

twitterFacebook

Contact

Stip Media

Louise de Colignystraat 15 

1814 JA Alkmaar

+3172 531 49 78

info@boekenpost.nl