Het bureau & zo...

Boekenpost 148 prod LR 150Door Kees van Rixoort
…van Yves Petry verschilt per jaargetijde. ‘Ik woon alleen en kan kiezen waar ik werk. In de zomerhelft van het jaar werk ik op de eerste verdieping, met uitzicht op hoge bomen in de tuin van overburen. In de winterhelft is het daar te koud en werk ik op het gelijkvloers met uitzicht op mijn eigen tuin. Eigenlijk is het uitzicht voor mij het enige wat telt. Er moet licht en hemel voor me zijn. De ruimte zelf waarin ik zit maakt niet veel uit.’ 

U bent writer in residence tijdens Tilt in Tilburg. Wat houdt dat in? Wat vindt u ervan? Beweegt u zich graag onder de mensen?
‘Dat houdt kennelijk heel wat in. Optredens op het festival zelf, in een boekhandel, ontmoetingen met studenten. Ook een Zomergasten-achtig programma waarin ik een aantal fragmenten laat zien en daarbij een ongemeen boeiend verhaal vertel. Bovendien word ik ook nog geacht een verhaal te schrijven naar aanleiding van mijn verblijf in Tilburg. Ik hoop maar dat het een zeer inspirerende stad is.’


Tilt is tijdens de Boekenweek. Is de Boekenweek nodig? Wat vindt u van het thema Verboden vruchten (over genotzucht en de strijd die daarvan het gevolg kan zijn, bijvoorbeeld met het geweten, de omgeving, de levensovertuiging)?
Of de Boekenweek nodig is, moet u vooral vragen aan de boekhandelaars. Maar eigenlijk vind ik alle extra aandacht voor literatuur prima. En Verboden vruchten als thema lijkt me goed gevonden. We leven in een tijd van verleidingen én van schuldgevoel. Ik ken vrijwel niemand die niet ergens mee worstelt. Ikzelf voer een gevecht met de sigaret, die voorlopig nog aan de winnende hand is. Erg lastig, maar ook weer niet dramatisch of origineel genoeg om er een roman aan te wijden.’

In het rijtje boeken dat CPNB, organisator van de Boekenweek, noemt in het kader van dit thema, staat ook uw boek De maagd Marino. Is dat terecht? Had u dit boek ooit zo bedoeld?
‘Extra aandacht voor mijn eigen boeken vind ik uiteraard ook prima! Maar of die roman in het thema past? Tja, het ligt wat gecompliceerd. Het gaat over een man die zich vrijwillig de keel laat oversnijden door een ander, die op zijn beurt op kannibalistische wijze aan de slag gaat met het resulterende lijk. De gevolgen van deze daad zijn anders dan de verwachtingen vooraf. En het gebeuren zelf was voor geen van de betrokkenen een pretje. Mijn boek gaat dus niet over een lustmoord, nee. 

Al wordt de moord door de dader tijdens zijn proces wel een beetje als dusdanig voorgesteld, met de bedoeling op zijn rechters een min of meer begrijpelijke, min of meer toerekeningsvatbare indruk te maken.’

Het boek behandelt een controversieel thema. Was u zich daarvan bewust toen u aan het schrijven was? Waarom dit thema? Wat vond u van de ontvangst van het boek door het publiek en van de recensies? Bent u gevoelig voor wat recensenten schrijven?
‘De aanleiding voor dat boek was een reëel geval van vrijwillig ondergaan kannibalisme, dat zich in het begin van deze eeuw in Duitsland voordeed. Maar ik heb daar helemaal mijn eigen verhaal van gemaakt. Uiteindelijk is het geen verhaal over dood maar over onsterfelijkheid geworden. Na de moord worden beide betrokkenen beloond met een vorm van onsterfelijkheid. Dat klinkt voor wie het boek niet heeft gelezen ongetwijfeld zeer raadselachtig. Maar daar was het mij bij aanvang wel om te doen. Als het hier gaat om een verboden vrucht, dan is het die van de onsterfelijkheid. Maar dat wordt er door recensenten uiteraard niet uitgepikt. Daar hebben die helemaal de tijd niet voor. Individuele lezers doen dat weer wel, zo blijkt uit reacties en ontmoetingen.’

In een recensie over uw jongste boek zag ik dat u alle literaire huisjes omver haalt. Was dat de bedoeling? Waarom?
‘Die recensie ken ik niet. Ik drijf in Liefde bij wijze van spreken, mijn jongste boek, inderdaad een beetje de spot met het fenomeen bestsellerauteur en met de domme arrogantie van sommige recensenten. Ook met de toevalligheid en de wisselvalligheid van literair succes. Maar ja, ik ben nu eenmaal zelf onderworpen aan de grilligheid van de markt, van het publiek en de prijzenjury’s. Er een beetje om lachen is het beste wat ik kan doen, toch? Maar uiteindelijk gaat dat boek over nog veel interessantere zaken. Over een driehoeksverhouding tussen een broer, een zus en hun gemeenschappelijke minnaar. Over liefde, seksualiteit, haat, rivaliteit. En ook hier: over dood, maar nog meer over onsterfelijkheid.’

Dan uw schrijverschap. Waar komt de drang om te schrijven vandaan? Wat stond u voor ogen toen u besloot schrijver te worden? Schreef u in uw jeugd al graag?
‘Ik schrijf omdat ik lees. Omdat ik op een bepaalde leeftijd bijzonder ontvankelijk was voor de magische uitwerking van het literaire woord. Ik had het gevoel dat bepaalde schrijvers echt de macht bezaten om mij innerlijk, tot op zeer intiem niveau, te veranderen, ook al waren ze dood. Daarop ontstond bij mij de ambitie om die macht ook op anderen uit te oefenen. De ironie is natuurlijk dat je als schrijver helemaal geen manifeste macht over wie dan ook hebt, en voor zover mijn boeken al effect op iemand hebben, kom ik dat maar heel zelden te weten.’

 

Het bureau & zo…
 
Door Kees van Rixoort
 
…van Yves Petry verschilt per jaargetijde. ‘Ik woon alleen en kan kiezen waar ik werk. In de
 
zomerhelft van het jaar werk ik op de eerste verdieping, met uitzicht op hoge bomen in de tuin van
 
overburen. In de winterhelft is het daar te koud en werk ik op het gelijkvloers met uitzicht op mijn
 
eigen tuin. Eigenlijk is het uitzicht voor mij het enige wat telt. Er moet licht en hemel voor me zijn. De
 
ruimte zelf waarin ik zit maakt niet veel uit.’
 
U bent writer in residence tijdens Tilt in Tilburg. Wat houdt dat in? Wat vindt u ervan? Beweegt u zich
 
graag onder de mensen?
 
‘Dat houdt kennelijk heel wat in. Optredens op het festival zelf, in een boekhandel, ontmoetingen
 
met studenten. Ook een Zomergasten-achtig programma waarin ik een aantal fragmenten laat zien
 
en daarbij een ongemeen boeiend verhaal vertel. Bovendien word ik ook nog geacht een verhaal te
 
schrijven naar aanleiding van mijn verblijf in Tilburg. Ik hoop maar dat het een zeer inspirerende stad
 
is.’
 
Tilt is tijdens de Boekenweek. Is de Boekenweek nodig? Wat vindt u van het thema Verboden
 
vruchten (over genotzucht en de strijd die daarvan het gevolg kan zijn, bijvoorbeeld met het geweten,
 
de omgeving, de levensovertuiging)?
 
‘Of de Boekenweek nodig is, moet u vooral vragen aan de boekhandelaars. Maar eigenlijk vind ik alle
 
extra aandacht voor literatuur prima. En Verboden vruchten als thema lijkt me goed gevonden. We
 
leven in een tijd van verleidingen én van schuldgevoel. Ik ken vrijwel niemand die niet ergens mee
 
worstelt. Ikzelf voer een gevecht met de sigaret, die voorlopig nog aan de winnende hand is. Erg
 
lastig, maar ook weer niet dramatisch of origineel genoeg om er een roman aan te wijden.’
 
In het rijtje boeken dat CPNB, organisator van de Boekenweek, noemt in het kader van dit thema,
 
staat ook uw boek De maagd Marino. Is dat terecht? Had u dit boek ooit zo bedoeld?
 
‘Extra aandacht voor mijn eigen boeken vind ik uiteraard ook prima! Maar of die roman in het thema
 
past? Tja, het ligt wat gecompliceerd. Het gaat over een man die zich vrijwillig de keel laat
 
oversnijden door een ander, die op zijn beurt op kannibalistische wijze aan de slag gaat met het
 
resulterende lijk. De gevolgen van deze daad zijn anders dan de verwachtingen vooraf. En het
 
gebeuren zelf was voor geen van de betrokkenen een pretje. Mijn boek gaat dus niet over een
 
lustmoord, nee. Al wordt de moord door de dader tijdens zijn proces wel een beetje als dusdanig
 
voorgesteld, met de bedoeling op zijn rechters een min of meer begrijpelijke, min of meer
 
toerekeningsvatbare indruk te maken.’
 
Het boek behandelt een controversieel thema. Was u zich daarvan bewust toen u aan het schrijven
 
was? Waarom dit thema? Wat vond u van de ontvangst van het boek door het publiek en van de
 
recensies? Bent u gevoelig voor wat recensenten schrijven?
 
‘De aanleiding voor dat boek was een reëel geval van vrijwillig ondergaan kannibalisme, dat zich in
 
het begin van deze eeuw in Duitsland voordeed. Maar ik heb daar helemaal mijn eigen verhaal van
 
gemaakt. Uiteindelijk is het geen verhaal over dood maar over onsterfelijkheid geworden. Na de
 
moord worden beide betrokkenen beloond met een vorm van onsterfelijkheid. Dat klinkt voor wie
 
het boek niet heeft gelezen ongetwijfeld zeer raadselachtig. Maar daar was het mij bij aanvang wel
 
om te doen. Als het hier gaat om een verboden vrucht, dan is het die van de onsterfelijkheid. Maar
 
dat wordt er door recensenten uiteraard niet uitgepikt. Daar hebben die helemaal de tijd niet voor.
 
Individuele lezers doen dat weer wel, zo blijkt uit reacties en ontmoetingen.’
 
In een recensie over uw jongste boek zag ik dat u alle literaire huisjes omver haalt. Was dat de
 
bedoeling? Waarom?
 
‘Die recensie ken ik niet. Ik drijf in Liefde bij wijze van spreken, mijn jongste boek, inderdaad een
 
beetje de spot met het fenomeen bestsellerauteur en met de domme arrogantie van sommige
 
recensenten. Ook met de toevalligheid en de wisselvalligheid van literair succes. Maar ja, ik ben nu
 
eenmaal zelf onderworpen aan de grilligheid van de markt, van het publiek en de prijzenjury’s. Er een
 
beetje om lachen is het beste wat ik kan doen, toch? Maar uiteindelijk gaat dat boek over nog veel
 
interessantere zaken. Over een driehoeksverhouding tussen een broer, een zus en hun
 
gemeenschappelijke minnaar. Over liefde, seksualiteit, haat, rivaliteit. En ook hier: over dood, maar
 
nog meer over onsterfelijkheid.’
 
Dan uw schrijverschap. Waar komt de drang om te schrijven vandaan? Wat stond u voor ogen toen u
 
besloot schrijver te worden? Schreef u in uw jeugd al graag?
 
‘Ik schrijf omdat ik lees. Omdat ik op een bepaalde leeftijd bijzonder ontvankelijk was voor de
 
magische uitwerking van het literaire woord. Ik had het gevoel dat bepaalde schrijvers echt de macht
 
bezaten om mij innerlijk, tot op zeer intiem niveau, te veranderen, ook al waren ze dood. Daarop
 
ontstond bij mij de ambitie om die macht ook op anderen uit te oefenen. De ironie is natuurlijk dat je
 
als schrijver helemaal geen manifeste macht over wie dan ook hebt, en voor zover mijn boeken al
 
effect op iemand hebben, kom ik dat maar heel zelden te weten.’
 
Hoe zou u de centrale thematiek van uw werk willen omschrijven? Ik zag ergens dat u een bijzondere
 
kijk op de menselijke aard en emoties laat zien in uw werk. Is dat zo? Wat is uw kijk? Is er wellicht een
 
oorzakelijk verband met uw studie wiskunde en filosofie?
 
‘Vreemde vraag. Ik ben zelf niet het best geplaatst om mijn werk te analyseren. Als ik dan toch een
 
centraal thema moet aangeven: de uniciteit van het individu, en hoe moeilijk het is om daarmee te
 
leven. De meeste individuen geven hun uniciteit dan ook in hoge mate op. Ze conformeren zich in
 
gevoel en gedachte. Daar worden ze overigens ook niet gelukkig van, maar het is wel makkelijker.
 
Heel veel romans gaan daar over. Maar in mijn boeken loopt altijd minstens één personage rond dat
 
zijn onherleidbare individualiteit, tot in de dood toe als het moet, trouw blijft. Minstens één held van
 
het individualisme, een ridder in de orde van het ik, al sneuvelt hij meestal op het veld van eer. Maar
 
uiteindelijk verloopt literair schrijven wel een stuk intuïtiever dan ik nu suggereer. Dat zijn maar
 
gedachten achteraf. Romans zijn zeker geen filosofie. Ze dienen niet om een filosofische stellingname
 
te illustreren.’
 
Met De maagd Marino won u een belangrijke literaire prijs. Hoe kijkt u daarop terug en wat
 
betekende dit voor uw schrijverschap?
 
‘Dat was uiteraard heel leuk. Je wint niet alleen een prijs, in mijn geval won ik er ook een breder
 
publiek door. Dat maakte dat ik sinds die Libris-prijs wat minder werd geplaagd door de vraag: voor
 
wie schrijf ik eigenlijk? En doordat ik in de nasleep daarvan ook de Inktaap kreeg, een door jongeren
 
uitgereikte prijs, kan ik het me nu zelfs veroorloven om te geloven dat ook jonge mensen mijn
 
boeken appreciëren.’
 
U bent een succesvol auteur. Zorgt dat voor druk op uw werkzaamheden, op uw inspanningen om te
 
voldoen aan de verwachtingen? Bent u bezig met een volgend boek? Wat kunnen we verwachten?
 
‘Terwijl ik een boek aan het schrijven ben houd ik me weinig bezig met de verwachtingen van de
 
buitenwereld. Zo’n roman, je werkt daar twee jaar aan of meer, ontwikkelt op den duur zijn eigen
 
logica, stelt zijn eigen eisen, al duurt het soms een tijd eer je erachter komt wat die precies zijn. Maar
 
in elk geval moet je je in de eerste plaats op het manuscript concentreren. Alleen dan wordt duidelijk
 
wat je moet doen. Dat kan iemand van buitenaf je nooit zeggen. Wanneer het boek dan eindelijk
 
verschijnt, staan steevast een paar betweters klaar om te vertellen hoe het allemaal veel beter had
 
gekund. Dat lijkt er nu eenmaal bij te horen. Soms schijnt dat zelfs als een compliment te zijn
 
bedoeld. Nou ja. Ikzelf ben vooral benieuwd hoe mijn nieuwe uitgeverij Das Mag de publicatie van
 
mijn boek zal aanpakken. Maar dat duurt nog minstens een jaar. Het is dus nog te vroeg om al te
 
vertellen waar het over gaat.’
 
Tot slot: wat leest u zelf graag? Papier of e-book?
 
‘Doe mij maar eentje van papier. Met inkt erop, ja, dank u. Schrijvers? In De maagd Marino is een van
 
de hoofdpersonages een literatuurdocent. Op een bepaald moment geeft hij een lijstje van zijn
 
favoriete schrijvers, die hij “auteurs van de klare lijn” noemt: Robert Musil, Franz Kafka, Samuel
 
Beckett, Vladimir Nabokov, Philip Roth, Martin Amis, W. G. Sebald, Louis-Ferdinand Céline, Thomas
 
Bernhard, Gerard Reve, Willem Elsschot, W. F. Hermans. Die zijn samen met nog anderen ook mijn
 
favorieten, en wanneer ik zelf met aan boek bezig ben, herlees ik hun werk graag. Iets nieuws lezen
 
doe ik veel minder vaak; het laatste was De onderwaterzwemmer van Thomése. Puik stukje
 
literatuur, dat wel. Verder lees ik ook veel non-fictie over een hele waaier van onderwerpen. Dat
 
hoeft absoluut niet in verband met mijn werk te staan. Gewoon een beetje werkelijkheid om uit te
 
rusten van de verbeelding.’
 
<fotobijschriften>
 
Yves Petry (1967): ‘Ik schrijf omdat ik lees.’
 
De maagd Marino en Liefde bij wijze van spreken worden thans uitgegeven door Das Mag.

Twitter

Social media

twitterFacebook

Contact

Stip Media

Louise de Colignystraat 15 

1814 JA Alkmaar

+3172 531 49 78

info@boekenpost.nl