Kameraden, begraaf me op een dorpskerkhof in Anatolië

NazimHikmetDe romantische revolutionair Nazim Hikmet (1902-1963) is de beroemdste Turkse dichter. Hikmet werd geboren in de Griekse stad Thessaloniki en stierf in Moskou in ballingschap. Hij heeft een zeer omvangrijk oeuvre nagelaten, vooral poëzie maar ook proza, verhalen, kinderboeken, toneelstukken en andere geschriften. Zijn werken zijn in meer dan vijftig talen vertaald. Zijn magnum opus Mensenlandschappen (Memleketimden insan manzaralari) is in het Nederlands vertaald en in 1995 uitgegeven door De Geus

Door Kudret Gorgun


Hikmet was een vernieuwer en introduceerde de vrije versvorm in de Turkse literatuur. Zijn eerste gedichtenbundel 835 Regels (835 Satir) brak met de traditionele Turkse poëzievormen. Hij wordt vergeleken met internationaal vermaarde dichters als Brecht, Lorca en Majakovski.


De Chileense dichter en Nobelprijswinnaar Pablo Neruda – vriend, vak- en geestgenoot, beiden overtuigd socialist – zei over Hikmet: ‘De grootste dichter die voor de hele wereld schreef.’ Verder vermeldt Neruda in zijn herinneringen Ik beken, ik heb geleefd: ‘Hikmet heeft alle straffen van de hel over zich heen zien komen; mijn broeder de dichter (...) is zo als triomfator uit het vuil en de marteling tevoorschijn gekomen.’ Hikmet heeft jarenlang achter de tralies gezeten in Turkije.

De ‘vaderlandsdichter’ Hikmet verliet zijn vaderland om verdere eindeloze, onmenselijke vervolging en martelgang te mijden, maar hij had veel heimwee naar zijn land. Dat blijkt uit verschillende gedichten, zoals onderstaand gedicht dat hij in 1953 schreef in het Moskouse Barvikha-sanatorium. In 1951 werd zijn Turkse staatsburgerschap afgenomen en pas 58 jaar later postuum teruggegeven.

Vooralsnog is zijn laatste wens niet in vervulling gegaan. Hikmet ligt begraven op de prestigieuze Moskouse begraafplaats Novodevitsje, waar ook prominenten als Gogol, Majakovski en Tsjechov liggen. Testament



Testament
Kameraden, als ik die dag niet mag meemaken,
als ik eerder sterf dan de bevrijding,
breng mijn stoffelijk overschot en begraaf het op een dorpskerkhof ergens in Anatolië.

Laat de arbeider Osman
die de landheer Hassan liet vermoorden
aan mijn ene zijde begraven
en aan mijn andere zijde Ayse
die van haar kind beviel op de roggeplantage en stierf
vóór haar veertigste.

Laat tractoren en liederen aan mijn voeteinde langstrekken,
laat de geur van frisse mensen en verbrande benzine in de ochtendstond,

de akkers en het water is van iedereen,
angst voor droogte noch voor gendarme.

Natuurlijk zullen we de liederen niet horen,
onder de grond liggen ze languit,
als zwarte takken rotten de doden,
onder de grond, doof, stom en blind.

Maar deze liederen had ik gezongen,
nog vóórdat ze werden gecomponeerd,
de geur van verbrande benzine had ik geroken,
nog vóórdat de tekeningen van tractors waren gemaakt.

Wat betreft mijn stille buren,
de martelares Ayse en de arbeider Osman,
in hun leven hebben ze de grote heimwee gekend
wellicht zonder ervan bewust te zijn.

Kameraden, als ik eerder sterf dan die dag,
- daar ziet het ook naar uit -
begraaf me op een dorpskerkhof in Anatolië,
als aan mijn hoofdeinde een passende plataan staat
er hoeft dan ook verder geen zerk of zoiets…

Twitter

Social media

twitterFacebook

Contact

Stip Media

Louise de Colignystraat 15 

1814 JA Alkmaar

+3172 531 49 78

info@boekenpost.nl